dinsdag 13 september 2016

Als je mensen wat over paddenstoelen vertelt, kijken ze me soms een beetje melig aan. Ach, wat maakt het ook uit. Veel paddenstoelen ruiken nu eenmaal zo.

Paddenstoelen zijn magische organismen, het fruit van draden, die versmolten zijn na een lange of soms heel korte vlucht door de lucht. De perfecte plek die telkens wordt uitgekozen om na een samenkomst van sporen, het geheel met vruchten te vieren.Het geeft iedere keer toch weer die verwondering, ook bewondering en niet te vergeten een verfijnde smaaksensatie.

Een aantal paddenstoelen kun je eten en geven een extra dimensie aan je gerecht. Nu wil ik het niet eens hebben over, pas op - kijk uit, je valt om na het 20 seconden uitvoeren van het paddenstoelenstaren. Meestal van verbazing, hoe zoiets groeit in de natuur, maar ook uw champignon uit een bakje is bijzonder hoor ! Deze liefkozen de paardenmelange om tot volle bloei te komen.

Het zou immers gaan over (eik)haas, de (bos)kip of de reuzen(zwam). Veel beginnende paddenstoelen jagers en zwevende zwammers halen deze regelmatig door elkaar.

Boskip alias zwavelzwam.
Lichtgeel tot bijna baksteen rood  is de zwavelzwam (Laetiporus sulphureus), denk maar aan lucifers.  De zwam is meestal opgebouwd in lagen, waaiervorm met vaak een lichte zonatie en heeft een voorkeur voor eiken. Prachtig van vorm, maar veroorzaakt bruinrot. Hij komt regelmatig ook voor op ander loofhout. De periode is zomer tot midden herfst. De zwam verkleurt naar wit als de vrucht afsterft. De onderkant is voorzien van poriën, hij ruikt ietswat melig.


De zwavelzwam, deze zat hoog in de boom

De naam boskip is een samensmelting van de groeilocatie en smaak als deze met
wat zout en peper, in reepjes met roomboter wordt bereid. De zwam is lekker indien nog redelijk jong. Het vruchtvlees kan enigszins "zweten" na het plukken.

Eikhaas.
Soms hebben paddenstoelen verrassende verwijzingen in de namen, zo ook de eikhaas (Grifola frondosa). Hij groeit namelijk op eiken die nog goed in het blad zitten, meestal aan de voet. Ook hier een waaiervorm (als bladeren) aan een enkele steel naar een centrale steel, beetje frommelig en vezelig, met een buisvormige onderlaag, meestal wit tot crémewit. De bovenkant is bruingrijs tot donkerbruin. In Azië wordt deze paddenstoel gekweekt als medicijn (Europa, China en o.a. Japan - maitake). Deze paddenstoel is niet algemeen verspreid (dus lekker laten groeien).


Eikhaas foto Wikipedia
Eikhaas moet je jong eten en snel na het plukken verwerken in eventueel een salade. Ik heb deze paddenstoel nog nooit gegeten. De keren dat ik hem tegenkwam waren ze niet "mooi" genoeg voor op de foto.


Reuzenzwam.
De verwisseling eikhaas en reuzenzwam (Meriplus giganticus) is makkelijker te maken vooral in een jong stadium. Maar wie goed kijkt ziet toch wel direct de verschillen. Ten eerste zal een reuzenzwam niet zo snel op een zomer- of wintereik groeien. Wel op beuk, kastanje en de amerikaanse eik. Paddenstoelen zijn toch wel kieskeurig, dus een determinatiekenmerk !

Een reuzenzwam nestelt zich aan het wortelstelsel bij de voet van de boom en veroorzaakt wortelrot (witrot). Eenmaal genesteld is de boom niet meer te redden. Vanaf de zomer tot aan de eerste vorst laat deze padddenstoel zijn vruchten zien.

De reuzenzwam heeft brede waaiers tot een rozet vergroeid en de kleur is beige tot donkerbruin, ook hier wit tot crémekleurige buisjes. De groeirand is soms dooiergelig. Deze zwam is alleen jong eetbaar maar smaakt gewoon niet lekker. Ongenietbaar is dan de goede term.


Reuzenzwam, rozetvormige groei

In dit stukje zijn een aantal determinatiekenmerken en verschillen aangestipt. Hopelijk is dit voldoende om deze drie gelijkende paddenstoelen uit elkaar te houden.

Buiten is het avontuur, dus hup naar buiten.....














 




maandag 18 juli 2016

Wie kent het niet.. Corned Beef, het heerlijke blokje gemalen zoutige vlees in blik. Nu kun je met het vlees best lekkere gerechten maken, zie mijn blogje over Cowboy Macaroni. Maar naast de streling van de tong kun je ook nog eens vuur maken met dit product.

Yummy, een blik vol corned beef

Om eerlijk te zijn is de titel wenkbrauwfronzend en zeker niet voor niets. Het is wellicht een ordinaire promotie voor het blikje Corned Beef als bushcraftvoedsel. Gewoon makkelijk en in niets ingewikkeld. Gebakken of zo uit het blik op een zelfgebakken bannockbroodje, wat mosterd en smullen maar.

Na de smulpartij blijft u meestal zitten met het blik. Dit blik is uitstekend om verkoold katoen (charcloth) te maken voor de vuurslag. Niets geen gaatjes maken om het gas te laten ontsnappen. Het onderste deel van het blik is gerafeld en sluit net niet helemaal luchtdicht aan op de deksel, maar genoeg om het katoen niet te laten ontbranden in het afgesloten blik. Nu moet het blik vrij zijn van een plastic liner, van de vettige delen en het etiket. Met een papieren zakdoekje is dit prima schoon te maken. Mocht het blik voorzien zijn van een plastic liner, dan is deze uit te branden voordat men het katoen verkoold.

Het blik en een oud hoeslaken


Zorg dat het katoen ook honderd procent katoen is. Een mix van stoffen zal niet goed werken ! Nu gebruik ik hier als alternatief een oude vijl om vonken te slaan. Deze vijl is onbewerkt en voldoet uitstekend als vuurslag (een beetje vijl is in 3 bruikbare stukken te slijpen met een slijptol, niet slecht voor 50 cent op de koningsmarkt) in tegenstelling wat vaak beweerd wordt hoeft een vijl niet eerst roodgloeiend gestookt te worden.  Een goed stuk vuursteen erbij en de set is compleet.


Knip de stroken katoen in twee centimeter breed en ongeveer vier centimeter lang. Zulke grote stroken zijn goed te klemmen met de duim, in de lengte. De breedte is voldoende om de vonken goed te landen waardoor het verkoold katoen gaat gloeien bij een voldoende hete vonk. Stop de stroken lossig in het blik, dit mag best driekwart vol zijn als de stukken maar los op elkaar liggen. Anders krijgt u een minder goed resultaat.

Zet het blik goed tussen de kooltjes of stukken hout en doorgaans is tien minuten voldoende. Voor een stuk spijkerbroek kunt u een aantal minuten langer aanhouden, ook vermolmd hout is een optie (charred punkwood). Desnoods gooit u nog wat klein hout op het vuur over het blik.

Goed tussen de kooltjes zetten

Hierna haalt u het blik voorzichtig uit het vuur. In mijn geval zette ik het blik veilig weg op een grasveldje. U moet echt wachten tot het geheel is afgekoeld, anders heeft u kans dat het katoen alsnog ontbrand.

Het resultaat mooie stukken verkoold katoen

Na zo een vijftiental minuten even voorzichtig voelen bij het blik. In mijn geval was het blik koud. Deksel eraf en dit is het resultaat. Alles was goed verkoold.
Dat ziet er goed uit !

Oude vijl en een stuk vuursteen om te testen


Nu de vijl en de vuursteen erbij om de uiteindelijke test te doen. Alleen dan komt u later niet voor verrassingen te staan.

De slagtechniek.
Sla met de gladde zijkant van de vijl op de scherpe rand van de vuursteen. Dit lijkt op een J-achtige slag. Experimenteer met de hoek waarmee u slaat. Soms levert een lichte kanteling van de vuursteen veel meer goede vonken op. De vonken zijn eigenlijk minuscule stukjes ijzer die u van de vijl of vuurslag slaat. Vuursteen is namelijk harder dan ijzer. Klem met de duim, dichtbij de rand een lapje verkoold katoen zodanig dat de vonken landen op het lapje. U ziet meestal één tot wel vier plekken waarbij het begint te gloeien. Meestal formaat speldenkop. Voorzichtig blazen zodat de gloeiplek groter wordt. Hierna kunt u het lapje in het vogelnestje van droog gras stoppen...

Het kan even duren met oefenen, maar ook dan heeft u de slag te pakken.


Succes, na een aantal vonken is het raak


Na een aantal slagen met de vijl op de vuursteen landde er een drietal vonken die heet genoeg waren om het verkoold katoen te ontbranden. Succes zoals u ziet, het proces is dus prima verlopen.

Eet smakelijk en veel plezier met het maken....


TIPS:


  • Sla het verkoold katoen en/of -vermolmd hout vochtvrij op. Een plastic zakje of kleine drybag is voldoende.
  • Haal het pas uit het zakje/doosje/blikje als het nodig is.
  • Na een aantal vochtige dagen is het raadzaam de voorraad even te verwarmen op een vuurtje om het vocht te verdrijven (1 minuut is voldoende) indien het in een blikje met gaatjes wordt bewaard.
  • Alles is te gebruiken als het maar 100% katoen is, te denken valt aan oude hoeslakens, spijkerbroeken, t-shirts, theedoeken en handdoeken.
  • Dit proces vooral lekker buiten doen, op het gasstel geeft ruzie met de vrouw des huizes (het kan behoorlijk stinken en roken).
  • Probeer het eens te ontsteken met een fire-piston.
  • Gedroogde tonderzwammer zijn een leuk alternatief.





zondag 3 juli 2016

Ook ik maakte me regelmatig schuldig aan het overpakken voor een weekend. Dan propte ik mijn grote rugzak vol, lekker alles bij de hand ! Om na het weekend te concluderen dat ik de helft niet eens had gebruikt.

Nu heb ik een survival-oneliner al afgezworen, two is one and one is none....
Prachtige excuus om maar te blijven proppen. Er zit wel een kern van waarheid in, maar survival of wilderness-living is voor mij geen dagelijks leven. Er is dus genoeg ruimte om te experimenteren met een aantal stellingen, wijsheden en uiteraard de uitrusting.
BW Gebirgsjager rugzak
Zo ook een uitrusting voor een kort tripje. Aangezien ik van gescheiden uitrustingen hou, moest ik voor deze variant wat aanpassen. Ik was reeds in het bezit van een Bunderwehr Gebirgsjager rugzak voor de enkele overnachtingen en als dagrugzak op vakanties. Een zeer robuste rugzak, met een inhoud van 25 liter. Deze was voor mij net te klein, waardoor ik een aantal zaken (poncho, deken, tarp of bivakzak) telkens aan de buitenkant moest bevestigen. Ik had de rugzak hiervoor aangepast en heeft inmiddels aardig wat zomerweekendjes dienst gedaan. Met intern een handig opvouwbare slaapmat. Welke tevens de rugkant verstevigd.

Die handig opvouwbare slaapmat heb ik meegenomen in mijn nieuwe aanwinst, de LK35 ! Zoals de naam al een beetje weggeeft is de inhoud 35 liter, hij is 2,2 kilo zwaar en heeft een extern stalen frame. De LK35 is van Zweedse origine en werd vanaf 1980 tot aan het jaar 2000 gebruikt door het Zweedse leger. De rugzakken werden geproduceerd door de firma Haglofs en was de opvolger van de M1939, een model rugzak die tot ver in 60' er jaren werd geproduceerd. Ryggsäck 35L,K (M7085-014011), de LK staat voor Liters Komplett (Liters compleet) is de officiele naam. (Er is ook een 70 liter versie, maar geen LK50 zoals abusievelijk wordt vermeld op diverse sites. Dit is een LK35 rugzak met een iets langer frame (M7085-014128)).

Ze zijn in Nederland te koop bij een slechts een paar verkopers. Mijn LK35 komt bij Militaria4you vandaan (beetje reclame kan geen kwaad). Let op, voor de liefhebbers, er zijn een aantal kwaliteiten in omloop ! Van zeer goed gebruikt tot nooit uitgegeven. Zowel canvas (nauwelijks nog verkrijgbaar) en een cordura versie. Ik heb een model cordura wat nooit is uitgegeven, deze zijn wat duurder. Buiten wat spikkels op de verf van de sluitingen is deze fonkelnieuw.

LK35 voorzijde


LK35 rugzijde
Een handige draaglus zit er niet op, met wat knopenkunde en paracoord is deze zo gemaakt. De schouderbanden zijn breed maar weinig gepolsterd. Toch worden ze mij niet ongemakkelijk tijdens het lopen. Boven op de rugzak zitten twee lange riemen, hier is mijn bivakzak (gemodificeerde type M90) opgerold en vastgemaakt. De schouder- en heupband zorgen dat het frame goed op de rug ligt tijdens het lopen. De schouderbanden zijn breder uiteen te zetten, wat handig kan zijn met winterkleding. De rugzak zelf is licht conisch (onder iets breder dan boven).

LK35 bovenzijde

De rugzak is goed ingepakt (gebalanceerd) en blijft netjes staan zonder veel steun. Hierdoor is er ook minder druk op de schouderbanden.





De banden zitten goed vast, de bekende box met een kruis. Kortom kwaliteit.



Ook aan de banden van de kap is gedacht, met een extra rivet is de sluiting afgewerkt. Deze laat voorlopig niet los ! Hier ziet u de spikkels op de sluiting, mag eigenlijk geen naam hebben.






De rivet is aan de binnenkant op een ring gezet. Ook ziet u hier de dikke coating die voorkomt dat de regen naar binnen trekt, nog steeds in perfecte staat.



Het merk van het Zweedse leger, de drie kronen en het productie jaar 1989.
Een teken van echtheid. FRAB heb ik niet kunnen terugvinden.







Een bijzondere sluiting om het koord vast te zetten. Het werkt best aardig, ook met handschoenen goed te bedienen. In het midden zit een lus die prima de bijl draagt (wel met een steel van tenminste 40 cm onder de kop). Zo zit de bijlkop mooi onder de kap verscholen tegen de regen.





De steel is onderaan mooi vast te zetten, waardoor de bijl niet heen en weer slingert. De riemen voor de kap zijn ook ruim bemeten, zodat onderaan de rugzak en het L-vormige frame nog ruimte is voor wat uitrusting.






Een kijkje in de rugzak, levert twee compartimenten op. Met een klein compartiment voor een waterzak, of in mijn geval de opvouwbare slaapmat en wat kleine spullen. Een groot compartiment voor de rest. Er zijn geen zijzakken of zijtassen op deze rugzak. Met wat handigheid kun je deze er eventueel wel aanzetten.





Een (oud) no-nonsense sluitingssysteem complimenteert de rugzak. Simpel en robuust.





Winderig weer levert dit plaatje op (coupe haardoordewar), lekker er op uit door de natuur.

Eindoordeel: Als we dan toch een eindoordeel mogen geven; kwalitatief zeer goede rugzak, wellicht ietswat zwaar door het frame. Zeker geschikt voor de bushcraftweekendjes, met de 35 liter+ moet dit zeker lukken. Modificatie mogelijkheden aanwezig. Hele leuke prijs.  (7/10).

TIP: Indien de schouderbanden niet bevallen zijn er dik gepolsterde schouderbanden te verkrijgen van de Alice-pack, ook de heupbanden van de Alice-pack worden voor deze rugzak veel gebruikt.





zaterdag 26 maart 2016

Glas is iets fantastisch. Het geeft de buitenmens zoveel meer. Zeker als het in een bepaalde vorm is geslepen. Een parabool met een lichtbreking die ons mens iets extra's geeft om naar te kijken.

Ooit wel eens naar een plant gekeken, een dierspoor of een insect? Zeker als vergrootglas geeft het ons een scherpere en betere blik op zaken om ons heen. Maar het kan meer. Een vergrootglas kan licht bundelen tot een straal die verhit, alles in combinatie met een fruitig zonnetje. Als kind ervoer ik dit als een bijzonder fenomeen.

Nu zijn er tegenwoordig vergrootglazen en vergrootglazen. Dan bedoel ik de kwaliteit van de lens. Veel vergrootglazen van (hoogwaardig) glas worden tegenwoordig vervangen door kunstof lenzen. Maar een lens is niet zomaar een goede loep. De beste lenzen zijn nog steeds van glas, de goedkope kunstof tegenhangers krassen snel en worden dof. De betere kunstof lenzen zijn iets krasvaster, echter halen het nog steeds niet bij 'oldfashion glas'. Wel is het zo dat de prijs van de glazen loep wordt bepaald door de zuiverheid van het glas en de kwaliteit van het slijpen.
De bekende loep
Nu is deze loep handig voor thuis. Voor de buitenmens is een kleinere versie wellicht een betere optie. Want een loep is multifunctioneel; voor in de ehbo-kit, om voorwerpen beter te bekijken en ook nog eens om een vuurtje te starten. Bewaar een loep altijd in een lederen- of fluwelen zakje.

Tegenwoordig zijn er ook fresnel lenzen te koop. Dat zijn kunstof lenzen in een bepaald ringachtig patroon met een vergrotende werking, welke zeer plat zijn. Fresnel lenzen zijn in diverse formaten, goedkoop en makkelijk weg te stoppen door hun platte vorm. Voor lichtgewicht buitenspeelkits een ideale oplossing.

Fresnel lens
De fresnel lens heeft echter wel een beperking. Het aantal keren dat de lens kan vergroten is een stuk minder dan een bol geslepen lens en formaat gebonden.

De zon en de lens.
Geen zon is geen vuur door middel van een vergrotende lens. In Nederland is het helaas zo dat een ideaal zonnetje niet zo heel vaak schijnt. Een zwakkere zon betekent helaas ook een minder hete bundeling van het licht. Dit is enigzins op te vangen door de een hogere vergroting.

Veel fresnel lenzen die worden aangeboden hebben een vergroting van 2 tot 4 keer (op creditcard formaat). Dit is meer dan regelmatig net te weinig. In mijn ervaring werkt een vergroting van een loep van tenminste 5 keer een stuk beter, zeker in het Hollandse weertype. Echter deze zijn als fresnel lenzen weer een stuk moeilijker te vinden. Ze zijn er wel (lang leve internet :-) ).

Het resultaat is dan ook dat u enkele tientallen minuten bezig kunt zijn (dus veel geduld en een vaste hand hebben) met het maken van een kooltje waaruit u een vuur kan laten ontstaan.

Tondel maakt het kooltje.
Er zijn nog andere manieren waarbij u het proces kan verbeteren. Zwarte en licht onvlambare tondel werkt zeker mee aan het slagen van de poging. Bij de kleur zwart kunt u denken aan verkoold katoen (charcloth) of -hout (houtmolm c.q. punkwood). Een tonder-, kogelhoutskool- of vuurzwam (op de rode lijst) zijn bijzonder geschikte, mits goed gedroogd, paddenstoelen om een gloeiend kooltje mee te maken. Papier zal ontbranden net boven de 200 graden celcius, hout op ongeveer 250 graden, katoen op 300 graden, stro en hooi op 240 graden. Bij bewerking zoals verkolen zal dit aanzienlijk lager liggen.

Een lens, goede tondel, wat nu?
We hebben de juiste lens voor onze kit, de juiste tondel en een goede zon. Iedere lens heeft afhankelijk van de slijphoek of ingeval van een fresnel de plaatsing van de ringen een ander brandpunt. Het brandpunt is het punt waarop de bundeling van het licht het meest ideaal is, dus ook het heetst. Dit is te herkennen door de weerkaatsing op de tondel. De lichtbundel is hier klein en meest fel.


Brandpunt op de tondel

Een paar (logische) tips:

  • Ga niet tussen de tondel en de zon in zitten (schaduw vorming).
  • Zoek een plek zonder schaduw, niet tussen bomen (schaduw vorming).
  • Leg de tondel alvast op een droge plek vol in de zonneschijn (opwarmen).
  • Ga in een positie zitten die langdurig kan worden aangehouden.
  • Rond 13:00 uur is de zon het heetst, soms een beter resultaat.
  • Indien geen vaste hand, improviseer met takken een statief.
  • Verzamel meerdere soorten tondel om te proberen.
  • Wees vooral geduldig bij weinig zon.
  • Werk van afstand naar de tondel toe om het ideale brandpunt te bepalen.
  • Bij het zien van rook, niet gelijk stoppen, rustig verder opbouwen en het kooltje vergroten door zachtjes te blazen en/of wapperen met de hand. 

Dus hup, vuur maken met een vergrootglas !





zaterdag 27 februari 2016

Bushcrafters zijn meestal van die romantische houtige types, kortom een vuur zonder hout is eigenlijk geen vuur. Toch komt het voor dat de omgeving, de regels of de droge tijd van het jaar roet in het eten gooit. Trailtraveller heeft altijd een oplossing !

Alternatieve brandstoffen of branders zijn dan de enige mogelijkheid voor een zalige maaltijd of een warme drank. Die veel beter buiten smaakt dan binnen  (altijd een goede reden om de natuur in te gaan). Een aantal alternatieven zijn dan de hobostove (hout gestookt), gas of een stoof te maken waar een alcoholbrander in kan. Het moet licht en sterk zijn, u sjouwt het immers mee in de rugzak.

Esbit maakt al decennia's lang van die opvouwbare branders, in drie verschillende maten. Om eerlijk te zijn ken ik maar één maat, die thans verkocht wordt. Die tabletten meuren overigens behoorlijk. Voor echte nood prima, maar voor een tripje zijn er andere opties die vriendelijker zijn voor de neus en de pannen. Met wat simpele modificaties wordt zo'n esbit stoof ineens mulitfunctioneel. Tabletten, takjes of triangia, het stoofje doet ineens veel meer dan je dacht.
Esbit stoof, compact en sterk.
 
Eerst wat meer over Esbit, het merk staat gelijk aan de hexaminetabletten uitgevonden te Murrhardt in Duitsland. Jawohl.. door Aleksandr Butlarov in 1859. Althans de stof hexamine. Deze vaste poeder brandstof brandt rookloos,  vrij heet, is licht van gewicht en compact. Het duurt dan ook niet lang en er is een praktische toepassing gevonden. In 1936 was het inmiddels een vrij populair onderdeel van de buitenkeuken geworden in Duitsland, vuur maken van hout was plotsklaps ouderwets geworden. Ook gedurende de Tweede Wereld oorlog waren veel soldaten aangewezen op het simpel stukje uitvouwende staal met de witte tabletten.

Inmiddels zijn er meer merken die hexaminetabletten aanbieden (o.a. Coghlans), maar de naam Esbit is eeuwig verbonden aan dit type brander.

Esbit solid fuel tabs

De afstand vanaf de schaal van de stoof naar de pan is voor tabletten ideaal. Echter niet voor hout of alcohol. Alcoholbranders zoals de triangia of tatonka hebben een 'sweetspot' van twee en een halve centimeter boven de brander. Hier is de vlam heet en heeft het de beste spreiding. Deze afstand wordt duidelijk niet gehaald. Natuurlijk kunt u de brander aanpassen, door ééń zelf te maken van bijvoorbeeld een snoepblikje, maar ik ga uit van een triangia brander (vrij standaard). Wel heeft u een windscherm nodig, ook deze is zelf te maken van een BBQ folie schaal.

Wat heeft u nodig:

  • Stuk ijzerdraad of lasdraad 3 millimeter dik, ongeveer 60 centimeter lang.
  • Esbit stoof (nieuw of oud).
  • Stevige tang die vastgezet kan worden (klemtang).
  • IJzerzaagje.
  • Rolmaatje of lineaal.
  • Watervaste viltstift.
  • Vijl voor metaal. 
  • Spierballen.

Potten en pannen.

Ik maak voor mijn buitenavonturen graag gebruik van een degelijke kookset. De militaire mok, messtin en een billycan van twaalf centimeter. De aanpassing zal dan ook deze drie vormen moeten ondersteunen. Verreweg de moeilijkste vorm om te passen is de niervormige mok. De andere zijn rond en vierkant.

De niervormige mok
Deze bijzondere vorm zorgt voor een stukje uitdaging bij het bedenken van de aanpassing. Hieronder wordt duidelijk waarom de mok buiten de vorm nog een andere uitdaging geeft. De mok is namelijk niet breed genoeg, ook al scheelt het maar een aantal millimeters. De hoogte van de wanden werken ook niet mee. Geen optimale hoogte voor de 'sweetspot' voor alcohol.

De mok schiet net naar binnen

Welke vorm ?
De aanpassing moet simpel zijn en stevig zijn. De punten op de zijwanden zijn net zo hoog als de triangia met de reduceer-deksel. De hoogte komt dan totaal op zes en halve centimeter voor de hoek. twaalf centimeter van hoek over de brander naar de andere hoek (binnenmaat) en dan weer zes en halve centimeter naar beneden. Zoals je kunt zien wordt de standaard een X-vorm. Het voordeel is dat de hoeken de beugel vastzetten in de hoek, hierdoor zijn er geen extra bevestigingen nodig. De poten van de beugel moeten wel strak in de hoek zitten !

De hoeken houden de beugel klem
Het buigwerk.
Het buigen vereist wel wat spierballen en nauwkeurig afmeten. Met een viltstift en goede klemtang kom je al snel tot de juiste vorm. Pas op voor het 'buigverlies' van de hoeken. U kunt beter stukje voor stukje buigen en meten. Let op de binnenrand (plaatwerk) van de Esbit stoof, hierdoor kunt u zich lelijk vergissen.

Twee keer meten en daarn buigen

De tweede beugel moet een inkeping krijgen om de andere beugel te 'ontwijken', zodat beide beugels op dezelde hoogte komen. Dit voorkomt onstabiliteit van billycan, messtin of mok. Want je eten of kookwater weg door een schuivend potje of pannetje is heel naar met een knorrende maag.

De tweede beugel krijgt een V-vorm in het midden

Zoals boven te zien, heeft de tweede beugel een V-vorm in het midden, deze wordt ook met de tang gevormd. Blijf passen en meten, want de V-vorm neemt extra lengte in beslag. De V-vorm buigen vereist een beetje behendigheid. Hier is misschien een bankschroef handig. Ik heb hier gewoon de klemtang voor gebruikt.

De X-vorm past het beste onder alle drie de vormen
Na het buigen de hoogte van alle hoeken goed controleren, zonodig vijlen of afzagen. De mok mag niet (teveel) wiebelen. Buig eventueel nog bij zodat alles zo goed mogelijk aansluit. Vergeet niet de uiteinden netjes onscherp te vijlen.

Beide beugels moeten van gelijke hoogte zijn
Als alles goed aansluit zal de mok, maar ook de billycan en messtin stabiel en stevig op de beugels staan. Vergeet niet om een goed windscherm om deze stoof te zetten, dit is zeer belangrijk bij een alcoholbrander.

Tijd voor koffie !
Natuurlijk moest er even getest worden (zin in koffie) na het harde buigwerk....


En zo geeft u de esbit een tweede leven, met wat simpel draad...


Dus oude esbit stoof van zolder, wat lasdraad regelen en buigen maar !





zaterdag 2 januari 2016

De GPS en een kompas zijn wegwijzende begeleiders in de outdoor. In mijn andere blog over navigatie (klik hier) had ik het al over een aantal belangrijke wetenswaardigheden die belangrijk zijn bij het gebruik hiervan. Nu brachten de Mongolen niet alleen zuurkool mee naar het westen, maar ook de kennis van het aardmagnetisme. In de natuur bepalen bijvoorbeeld duiven aan de hand hiervan meestal hun koers op langere vluchten. Toch zijn er ook andere vormen van navigatie die aardig nauwkeurig zijn, waarbij soms kennis van het landschap en het weer nodig is. De hierbij gegeven informatie is op basis van het noordelijk halfrond.



Bomen
De bomen kunnen een belangrijke aanwijzing geven waar de noord-zuid lijn ligt. Dit geldt vooral bij bomen die enigszins recht en solitair staan. Bomen vormen reactiehout om zich te versterken tegen de wind of ter ondersteuning als ze schuin staan. Aan de kant waar de wind vandaan komt zult u dikkere jaarringen aantreffen, de kern groeit dan verschoven naar de kant met de minste druk. Bij omgezaagde bomen kunt u mooi deze groeivorm zien. In Nederland komt de wind voornamelijk uit het zuidwesten en in mindere mate noordwesten. Takken en bladeren vormen zich vooral in de richting van de zon, soms kunt u aan de groeiwijze, door een dichtere takvorming of groeirichting, zien waar de oost-west lijn zich bevindt, dit is het sterkst te zien bij naaldbomen. Mos is typisch een vochtminnend organisme en zal dus niet aan de kant van de zon groeien. In Nederland is noord-noordwesten een kant waar mos een voorkeur voor heeft (veel groener). In bergachtige en/of dichtbegroeide gebieden is meestal op meerdere kanten schaduw, hier zal mos dus niet een alleen groeien op de noord-noordwest zijde.


De overheersende windrichtingen. Foto: Wikipedia.
Rond de keerkringen naar de polen zijn de windrichtingen voornamelijk westelijk. Vanaf de keerkringen naar de evenaar voornamelijk oostelijk.

TIP: De omgeving kan indicatoren veranderen. Vergelijk dus altijd een aantal bomen met indicatoren, het liefst die een stukje uit elkaar staan. Neem bij het oefenen een kompas mee zodat u kunt zien of de indicatoren kloppen, mocht dit niet het geval zijn probeer dan te achterhalen waarom dit niet klopt.

Indicatoren bij bomen.


Planten
De planten groeien vaak richting de zon, maar hier speelt wind een grotere factor. Hierdoor draait het blad richting de zon maar de stengel vaak met de wind mee. Aangezien planten veelal in de kruidlaag en struiklaag bevinden zult u merken dat het veel moeilijker is om hier de richting aan te ontlenen. U zult dan meer moeten kijken naar de soorten planten die zonne aanbidders zijn, deze groeien veelal op/naar het zuiden op het noordelijk halfrond. In Zuid-Afrika is er een noordpoolplant die richting het noorden (evenaar) overhelt om zoveel mogelijk zon op te vangen, in Noord-Amerika is er een kompasplant, hier groeien de bladeren op de de noord-zuid lijn.

Dieren en Insecten
Zoals al genoemd maken duiven gebruik van aardsmagnetisme tijdens hun vlucht over langere afstanden. Maar ook het bepalen van (vogel)nesten hebben dieren voorkeuren. Hier speelt voornamelijk wind, regen en zon de kenmerkende factor. Vogelnesten zul je meestal niet op de zuidwestelijke kant zien, slechts alleen als deze is afgedekt door bijvoorbeeld een andere boom.
De nesten worden meestal op noordoostelijk gebouwd (ruim twee keer zoveel). Bij veel insecten zoals bosmieren (termieten in Australië bouwen de nesten bovengronds in de noord-zuid richting) is het niet anders. Zij hebben liever de ochtendzon en de uitgang op het noordoosten om teveel vochtigheid te voorkomen.

Sterren, zon en maan.

Over de sterren is al veel geschreven. Veel nauwkeuriger dan de bomen, planten, dieren en insecten, maar een bewolkte hemel gooit wel eens de 'hemelpoort' dicht. Dan zult u moeten terugvallen op andere middelen. Één van de veel gebruikte sterren is de ster Polaris (poolster). Deze ligt boven de noordpool, maar niet exact boven het magnetische noorden, wel boven het werkelijke noorden. Het magnetische noorden verschuift ieder jaar een beetje, echter rond het werkelijke noorden. De poolster verschuift niet en ligt aan het einde van de Ursa Minor (kleine beer). Vaak wordt ook de Ursa Major genoemt omdat deze makkelijk te herkennen is als het steelpannetje. Het unieke aan de poolster is dat deze niet wegdraait zoals veel andere sterren. Hieronder een overzichtskaartje.

De poolster ligt recht boven het werkelijke noorden.

Omdat we weten dat de zon opkomt in het oosten en ondergaat in het westen, kunnen we op diverse manieren een oost-west lijn bepalen. Ook hier is de zwakte een bedekte hemel. Een stok in de grond en met kleine stokjes op het einde van de schaduw een kleine markering aanbrengen. Na een uurtje kunt u wederom een markering aanbrengen. De rechte lijn tussen de markeringen geven een oost-west lijn aan. Haaks hierop vindt u de noord-zuidlijn, waar de kant van de zon het zuiden is.

Met een zon, stokje en wat tijd een oost-west lijn bepalen
Indien u een horloge omheeft, dan kunt u aan de tijd en stand van de zon de juiste richting bepalen, op het zuidelijk halfrond is alles precies omgedraaid. Het uitleggen van een kompasroos en u kunt aardig de richting van het noorden bepalen.

Op de hoogste stand gelijk aan het zuiden.
Ook de maan kan ons voorzien van de juiste richting. Een volle maan zal om 0:00 precies richting het zuiden wijzen. Een nieuwe maan zal om 0:00 precies naar het noorden wijzen. Een halve maan voor volle maan zal westelijk oplichten om 0:00. Een halve maan na volle maan zal oostelijk oplichten om 0:00. De opkomst van de maan is een andere indicator.

Ook de maan kan u de goede kant uitsturen.

Zoals u ziet zijn er een aantal methoden die nauwkeurig tot vrij nauwkeurig richting kunnen geven. Het moeilijkste is het herkennen aan de hand van planten en bomen, daar zijn veel variabelen te vinden. Dat zal alleen maar lukken indien u dit voldoende beoefend.

Nu raakt u nooit meer de weg kwijt, zelfs niet zonder kompas. Een kaart is onontbeerlijk, de regel is naar het noorden lopen. Maar dit is natuurlijk niet altijd de beste kant uit, u kunt zelfs hierdoor dieper in een moeras raken. Een rivier volgen richting zee kan goed uitpakken, maar is ook geen garantie.

Hup naar buiten, de juiste richting zoeken !













dinsdag 22 december 2015

Een zeer controversieel onderwerp waar ik liever niet over schrijf, maar het is een belangrijk onderdeel binnen survival en bushcraft. In Nederland is het zetten en laten staan van vallen en strikken verboden, dit valt onder stropen. Het oefenen op zich niet, maar dan heeft u de "groene brombeer" (alias boswachter) toch wat uit te leggen als hij/zij uw constructiepoging gade slaat. Gelukkig ken ik geen bushcrafters of survivallaars die stropen. Stropen in Nederland is grotendeels gebonden aan het op illegale wijze verdienen van geld. Stroperij kunt u in Nederland melden bij 144 (Dierenpolitie).

De wet
Het laten staan van de val levert u een Artikeltje 315  uit het Wetboek van Strafrecht op. U mag een maandje bedenktijd met spijlen tellen of een geldboete uit de vierde categorie ontvangen. Alles is dus voor eigen verantwoording, wat u hier leest is dus strikt geheim, dus mondje dicht!

Valkuilen
Zo de waarschuwing staat er. Het zomaar zetten van vallen en strikken in het wilde weg heeft totaal geen zin. U zult dus enige kennis moeten vergaren over het dier wat u probeert te vangen. Gedrag, beschikbaar voedsel, diersporen, fysiek, de habitat, wissels en de afwijkingen leveren essentiële informatie. Daarnaast is het van belang dat u naast de juiste keuze van de val of strik, deze kunt afstellen op de verwachte actie, het finetunen. Het observeren en oefenen zijn niet te onderschatte onderdelen. Ook het weer kan behoorlijk parten spelen, harde wind en/of regen kunnen fijngevoelige valletjes activeren. Presentatie is alles.


Wilde dieren hebben een bijzonder gevoel voor hun omgeving. Veranderingen merken ze snel op. Afhankelijk van de diersoort kan dit juist interessant zijn, niet veel uitmaken of blijven ze er een tijdje vandaan. Geuren zijn voor veel dieren een aanwijzing, dat er een bijzondere verandering is.
Mensen kunnen deze geuren vaak niet ruiken en laat nu juist de mensengeur een onmiskenbare verandering zijn.

In veel survivalprogramma's wordt niet gesproken over de hoeveelheid vallen en strikken die worden uitgezet om iets te vangen. Met één valletjes komt u er niet en het gokken op één diersoort is ook niet verstandig. Grote dieren zijn sterk, veelal sterker dan u denkt en zijn moeilijk te vangen, kies bij voorkeur kleinere prooidieren. Het camoufleren en tunnelen wordt vaak vergeten en is belangrijk. Camouflage zorgt er voor dat de val of strik er 'natuurlijk uitziet', dit om argwaan te verminderen. Tunnelen dwingt het dier naar de val of strik toe.

Niet bruikbare delen weggooien is een andere. Indien u een vangst heeft kunt u juist met deze delen andere dieren vangen. Zeer bruikbaar in een survival situatie.

Materialen
Ook een veel gemaakte vergissing de selectie van verkeerde materialen. Een aantal diersoorten zijn zo flexibel of krachtig dat ze snaren kunnen doorbijten. Houdt dus rekening hiermee. In een echte survivalsituatie is deze materiaalvrijheid er meestal niet en alles hangt af van wat er te vangen is, maar selecteer dan zo mogelijk prooidieren die passen bij de beschikbare materialen. U kunt met de keuze van vallen en strikken wel e.a. omzeilen. Koperdraad, dun staaldraad, de flexibele binnendraad van antennekabel, swivels, vishaken, allerlei soorten visdraad, polycoord, paracoord, et cetera zijn allemaal nuttige materialen om vallen en strikken mee te maken. Gebruik zoveel mogelijk droog hout, tenzij het een voordeel geeft. Vers hout heeft de neiging te krimpen, wat dus een variabel resultaat oplevert.

Voorbeelden
Hieronder vindt u wat voorbeelden van vallen en strikken, het gaat dan vooral om het basismechanisme, want u kunt ongelofelijk variëren met de gebruikte technieken. Indien u in een overlevingssituatie komt, is het van belang dat u de vallen en strikken regelmatig controleert. De vos, marterachtigen en een aantal roofvogels kunnen op land uw vangst zonder bedankje waarderen. In en rond het water zult u rekening moeten houden met eventuele snoeken en snoekbaarzen, diverse watervogels, hier en daar een verdwaalde paling. Nederland is een land met veel huisdieren. De kat en hond kunnen onbedoeld uw bouwwerk activeren.

Wie mijn workshop "mesveiligheid en trystick maken" heeft gevolgd, op bushcraftweekenden in Nederland en België herkent de snijwerken. De keuze voor deze cuts, notches en reductions is niet voor niets :-)

Klik HIER voor mijn blog over mesveiligheid en trystick maken.

Nogmaals geen strikken en vallen laten staan!


Een flexibele verende tak zorgt voor de vangst.
Ook hier wordt een flexibele tak gebruikt.
De flexibele tak zorgt voor de actie.
De bekende figure 4 deadfall.
Variant op de deadfall, echter veel gevoeliger.
Een simpele snaar bij een konijnenhol

Dit zijn zomaar 6 voorbeelden van vallen en strikken die bruikbaar zijn. Op internet zijn nog veel meer variaties te vinden, niet allemaal even goed helaas. Om de goede van de slechte te onderscheiden is oefening en dus ervaring nodig. Eigenlijk komt hier alles samen; knopen, snijvaardigheid, spoorzoeken, materiaalkennis, et cetera.

De meeste tijd gaat zitten in finetuning en de presentatie van de val of strik.

Een heel goed (oud) boek is "Camp life in the woods and the tricks of trapping" door W. Hamilton Gibson. Een dikke 200 pagina's vol met uitleg en tips.

Veel succes met oefenen !



Subscribe to RSS Feed Follow me on Twitter!